Vincent Van Meenen & Jan Dertaelen – Kleine Squaw

Kom nu woensdag om 21h kijken in café Bato Batu (Lange Nieuwstraat 16)

of nu zaterdag om 19h op het DeConinckplein (Bib Permeke)

in Antwerpen

 

Geef een reactie

Opgeslagen onder Vincent Van Meenen

Hendrik Wittock – (…)

Zit stil en zwijg.
Wees mooi met de benen gekruist.
Zeg interessante dingen.

Hijg niet zo.
Als je slikt wil ik dat niet horen.
Als je rookt,
blaas de rook dan omhoog
niet in mijn ogen
of in de jouwe maar
gewoon omhoog maar
niet zo dat je lip naar voren komt.
Dat is pas marginaal.

Vouw je broekspijpen tweemaal
om minder gelikt te lijken.
Strijk je haar uit je ogen maar
doe dat moeiteloos.
Als je lacht wil ik je tanden zien
niet helemaal maar
toch.

Stuur me geen berichten die eindigen op
puntje puntje puntje
maar met een uitroepteken
Hijg niet zo maar
zo (…).

Geef een reactie

Opgeslagen onder Hendrik Wittock

Astrid Haerens – Niet dat het moet


Het glazen lichaam wordt voortgerold door de droge straten

monden vol zand, gejoel om de glitters

we hangen druppels aan onbestaande takken

wrijven onze handen moeizaam tegen elkaar

de stenen schateren

het lichaam blijft rollen

daar zit iemand te huilen op een bank

uit dankbaarheid, uit dankbaarheid

het is niet dat het moet

maar het is zo koud

roept een mongool op straat

het is zo koud

ik zeg het is niet dat het moet gaan




Geef een reactie

Opgeslagen onder Astrid Haerens

Vincent Van Meenen – We lezen bergen

We lezen bergen mangastrips en in de tacochips

zullen we zoeken naar symbolen om te zeggen

dat rivieren geen rivieren kunnen zijn.

 

Een brug is het stoerste dat de nieuwe wereld

van je leven maakt. De geiten blaten dankwoordjes

en sjokken erover. Je draagt nog weken vlooien in je haar.
 

De mooiste dingen zeg ik als ik slaap en tandenknars.

Je denkt aan bomen, tapt je dromen wild als hars

zodat je huid naar eekhoorns smaakt en tapenade.
 

Feit is dat de verzekering betaalt als je maar tijdig

stilstaat bij je dwaaltochten en inlogt op de kaart.

Vertel de geiten maar waar jij het liefst bereikbaar bent.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Vincent Van Meenen

Cootje Veelenturf – Kinderen verzamelt u!

Geef een reactie

Opgeslagen onder Cootje Veelenturf

KARKAS HEEFT U GEZIEN

Op 30 maart deed KARKAS aan ‘live writing’ op Leave Us at Dawn. De toiletbezoekers wisten niet wat ze zagen toen ze onderweg waren door de eindeloze gangen van de Studio. ‘KARKAS op een rijtje’. Daarna dansten we wat. Bedankt aan de allercharmantste Hannah Pinson - en dat mag wel degelijk op z’n Frans uitgesproken – voor het betere secretaressewerk.



Geef een reactie

Opgeslagen onder KARKAS HEEFT U GEZIEN

Hendrik Wittock – Anders

Die ochtend had een vrouw All You Need is Love aangevraagd op de radio – “voor de eenzame harten”. Het stond al in zijn agenda voor vandaag: “Valentijngevaar. Thuisblijven!”

Toch staat hij nu voor de spiegel pep te talken tegen zichzelf. “Je kan het.” Hij snijdt zich tijdens het scheren. Bloed druppelt in de wastafel die door de overschot ochtendkoffie al bruin gespoeld was. Hij vervloekt zichzelf. Altijd maar dat zich en zelf. Als hij vanavond anders kon zijn dan gewoon Hendrik en toch zichzelf, dan was deze dag nog draaglijk te noemen. Hij dwaalt door de archieven van zijn eigen hoofd, op zoek naar Anders. “Persoonlijkheden”, geeft het label op één van de archiefkasten aan. Hij hoeft niet lang te zoeken. ‘Anders’ zit vooraan, bij de ‘A’, net na ‘Alleen’.

Op zich is Hendrik wel oprecht. Hij is steeds anders, dat wel, maar toch altijd zichzelf. “Zijn alterego’s altijd vals?”, twijfelt hij. “Neen, gek.”, zegt Anders. “De mensen vragen erom. Je moet hen geven wat ze willen.” “Wat willen ze dan?” Anders lacht en zegt dat wat mensen willen net zo goed kan zijn wat jij wil dat ze willen. “Hoe dan?” “Door te geven wat je hebt op zo’n manier dat iedereen het hebben wil.” Het klopt, want waarom wil hij als Anders zijn? Is hij dan niet voldoende? “Jij bent altijd te. Te dit, te dat. Ofwel te arrogant, ofwel te zwak. Doe zoals ik: vind rust in de spanning tussen extremen.” Alles is bij Anders altijd mooi gedoseerd. De perfecte cocktail van karaktertrekken.

Anders keurt Hendrik die achter het glas verscholen lijkt, in zilvernitraat gevangen, in spiegelbeeld veilig voor Valentijn. Anders draagt de kleren die Hendrik zelf nooit draagt. Ze lagen te vergaan in een kleerkast met daarin steeds hetzelfde. (Zwarte jeans, zwarte T-shirt, blauwe pull, lederen botten, sneakers soms.) Miskopen worden goede kopen wanneer hij Anders vanuit de spiegel bekijkt. Hij ziet zichzelf zoals hij wil zijn. Een plaat draait, parfum is verstoven en de mogelijkheden liggen voor het rapen. Ze strikken samen zijn veters, ritsen zijn lederen vest dicht. Buiten is het koud. Het ijs op de coupure laat meeuwen op het krakende water lopen. Samen lachen ze er om. Anders houdt de telefoon tegen zijn oor en belt. Hendrik blijft zelfzeker to hij een stem hoort. “Ik heb me bedacht. Ik kom.” Hij legt neer en voelt zich rustig worden in de spanning. Met iemand als Anders is hij nooit alleen.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Hendrik Wittock

KARKAS HEEFT U GEZIEN

LEAVE US AT DAWN

KARKAS heeft u nu nog niet gezien, maar ziet u allen graag op Leave Us at Dawn alwaar wij aan Live Writing zullen doen. Benieuwd wat dat geeft of je wil ons ook wel eens graag zien? Dat kan. En wel deze vrijdag.

En dan is er ook nog dit: Teaser.

Geef een reactie

Opgeslagen onder FAITS DIVERS

Fleur Ordoukhani – Februari

Zo alleen kan ik zijn, liefste, moet dat

eeuwenlang alleen als eeuwen

aangezogen door het midden van de planeet.

Daar hangen de raven daar

strelen de peuters de nevel,

het stof en de nevel,

spinrag en vocht over deksel en pot.

Alleen, liefste, als een monddood verleden.

 

Loodrecht naar beneden is het leven.

Ik herinner me korsten van kruim gesneden,

aan kinderen gegeven, nagels in aarde.

 

Het huis was zo stil dat we het praten afleerden.
 

Geef een reactie

Opgeslagen onder Fleur Ordoukhani

Astrid Haerens – De ontmoeting

.
Het was middag en Julia lag nog steeds in bed.
Haar voeten waren bloot en haar gezicht was bedekt.
Ze hield haar adem in en telde, van traag naar snel en terug.
Het was snikheet.
In de keuken rammelde iemand al een kwartier met kopjes en potten.
Op de grond lag haar jurk in een prop.
De gordijnen waren dichtgetrokken.
Julia’s oksels jeukten van het zweet.
Julia blies uit, haalde opnieuw diep adem, hield hem in, telde.

Vijf straten verder was Marcus al enkele uren geleden opgestaan.
Hij zat gebogen op een te lage kruk in het park en maakte het laatste stuk ijzerdraad vast.
Zijn dikke, gebruinde handen zaten vol schrammen.
Hij stond op en plaatste zijn handen in zijn zij. Kijkend naar het werk liep hij met trage passen achteruit.
Het zwakke geluid van de stad in de verte omhelsde de stilte in het park.
De vogels in de reusachtige ijzeren volière zaten dicht tegen elkaar aan op de grond.
Het waaide niet.
Marcus keek naar de grijze hemel en haalde diep adem.

Wanneer Julia aan dertig trage tellen zat, rolde ze uit bed.
Ze trok de gekreukte jurk over haar hoofd en liep naar het raam.
Ze opende de gordijnen en zag hoe een donkergrijze hemel de straat toedekte, als het deken over haar gezicht.
Julia kamde haar haar. Ze telde de haren die ze verloor en gooide ze in het bad. Ze spoelde alles weg. Ze liet de kraan lopen terwijl ze de kamer verliet, het huis verliet, en met niets anders dan een jurk aan de straat op liep.
Het beton van de straat was heet.
De huizen trilden,
de stilte zweefde tussen de tuinen.
Ze ademde in bij elke stap die ze zette.
De straat ging stijl naar boven, ze kon niet zien waar hij eindigde.

De zweetdruppels maakten natte plekken op de rug van Marcus’ hemd.
Hij stond nu vlakbij de volière, die minstens drie maal zo hoog was als hijzelf.
Traag liep hij langs de volière.
Hij keek naar de roerloze, zwarte hoopjes die de vogels vormden.
Hij bleef staan.
Hij schudde aan de kooi, eerst zachtjes, dan harder.
De uiteinden van de ijzerdraad sneden diep in zijn vingers.
Hij trok nu met al zijn kracht de enorme vogelkooi heen en weer.
Buiten het getoeter van een vrachtwagen in de verte, gebeurde er niets.

Julia wandelde nog steeds in het midden van de straat.
Ze voelde hoe het zweet in haar nek zich vermengde met haar haarwortels. Ze vroeg zich niet af hoe laat het was. Ze bleef staan, hief haar rechterbeen op en keek naar de onderkant van haar voet. Die was gezwollen door de hitte en bedekt met korrels van beton.
Ze stapte verder, de straat klom steeds stijler omhoog, zij klom mee.

Toen ze boven stond keek ze uit over de stad. Ze hoorde zacht de motoren van de auto’s, het toeteren van vrachtwagens, een licht rumoer van roepende mensen in een stad.
Voor haar lag het park.
Julia keek naar boven, speurde met half dichtgeknepen ogen naar niets in het bijzonder.
De hemel werd steeds grijzer en liet geen ademruimte toe.
Zelfs op de top van deze heuvel was er geen zuchtje wind.
Toen Julia aanstalten maakte om het park in te lopen,
hoorde ze plots het gebrul van een man,
hartverscheurend diep en luid,
gevolgd door vijf geweerschoten.
Ze bleef staan. Hield haar adem in.
Boven haar hoofd vloog een gigantische zwerm zwarte vogels als één bewegende stroom door de lucht.
Ze telde tot tien, hupte van haar ene been op haar andere, en rende toen met kletterende voeten de straat terug naar beneden.

1 reactie

Opgeslagen onder Astrid Haerens